Vertrouwen in de leerkracht, of in Cito?
Ja hoor, het is toch niet waar… ik verslik mij bijna in mijn koffie. Terwijl ik rustig de krant lees tijdens mijn ontbijt lees ik: ‘Citoscore zwaarder dan advies leraar’. Nu geloof ik niet alles direct en lees met aandacht het artikel in het Haarlems Dagblad. Het artikel verwijst naar de uitzending van WNL op Zondag: “Ik vind dat er nu iets moet gebeuren. Voor volgend jaar moet de wet al gewijzigd worden, ik zal daarover het gesprek met de kamer aangaan”, aldus minister Bussemaker.
De afgelopen jaren is het onderwijs, primair en voortgezet, heen en weer geslingerd door beleid van ministers en staatssecretarissen. We kennen allemaal de voorbeelden: grotere betrokkenheid ouders, zorg voor leerlingen onvoldoende, de wet op passend onderwijs. En o ja, de leraar doet er toe! Een prachtige uitdrukking die door onderwijsgevend Nederland is omarmd. Daarom krijgt de leraar de ruimte en het geld om aanvullende opleidingen te volgen. Het liefst wil de minister en haar staatssecretaris allemaal Masters in het onderwijs. De leerkrachten in Nederland pakken deze kans met beide handen aan en laten zich opleiden tot een nog betere juf of meester.
Maar nu…we mogen wel die mooie opleiding volgen én een titel achter onze naam zetten. Dit leidt blijkbaar niet tot meer vertrouwen in het onderwijs want volgens de minister moet de Citoscore zwaarder wegen dan het advies van de leraar. Ja zeker, die zelfde leraar die op budget van de minister extra geschoold is? In het programma van WNL op zondag, 24 april 2016, spreekt de minister over het uitspreken van ‘hoge verwachtingen in het onderwijs’. Oké, maar dat geldt dan niet voor de leerkracht voor de klas? Wat mij betreft de wereld op zijn kop!
Bernadette von den Benken, 25 april 2016